Geschiedenis


In 1847 legt koning Leopold I de eerste steen van de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen. Architect Jean-Pierre Cluysenaar, die de leiding heeft over de werken, ontwerpt twee afzonderlijke galerijen, die van de Koningin en van de Koning, doorkruist door de Prinsengalerij. 250 meter lang in totaal volgens de telling van Baudelaire in 1864. Aan elk uiteinde van de Galerijen wordt het idee uitgewerkt van een zuilengalerij, een enorm halvemaanvormig glazen dak wordt geplaatst, appartementen op de verdieping en met marmer en koper omlijste winkels worden ingericht.

Mondaine promenade, centrum van luxe en elegantie… de Sint-Hubertusgalerijen worden al gauw de nieuwe trekpleister van de stad. Restaurants, de mooiste spektakels, de best beklante winkels worden er geopend. ’s Avonds is het een ontmoetingsplaats van het grote publiek: arbeiders in lange kiel en met pet, heren in redingote, met een bloem in het knoopsgat, en vrouwen met sjaals op het hoofd en reusachtige manden in de arm.
De Galerijen trekken kunstenaars, intellectuelen en journalisten aan. Victor Hugo en Juliette Drouet, Paul Verlaine – die in de Koninginnegalerij de revolver kocht waarmee hij op Arthur Rimbaud schoot -, de liederlijke schrijver Willy Gauthier-Willars, Paul Fort en Guillaume Apollinaire nemen hun gewoontes aan op de terrassen van de Galerijen.


leopold11

Léopold 1st

De geest blijft voortleven na de oorlog, acteurs spelen vaudevilles in het theater van de Galerijen, Maurice Chevalier met strohoed en lyrische zangeressen die defileren als starlets. Een plek waar vele kunstenaars, schilders, componisten, verzamelaars en fortuinlijke anoniemen logeren. Met elk jaar meer dan 6 miljoen bezoekers hebben de Koninklijke Sint-Hubertusgalerijen hun oude charme behouden en maken zich met het Hôtel des Galeries op voor een nieuwe pagina in hun geschiedenis.